Het schimmelbestrijdingsmiddel Pitcher van producent Adama mag vanaf mei 2027 niet meer worden gebruikt. Dat heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) besloten src:2442. Het besluit van 28 oktober 2026 volgt niet uit een eigen herbeoordeling, maar uit een uitspraak van de rechter in een zaak die Pesticide Action Network (PAN) Europe aanspande src:2446 src:2443. Pitcher bevat de werkzame stof fludioxonil, die volgens de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA hormoonverstorend is src:2445.
Wat er is gebeurd
- EFSA, november 2024: fludioxonil voldoet aan de Europese criteria voor hormoonverstoring via de oestrogeen-, androgeen- en steroïdogenese-route, voor mensen en voor wilde dieren. Voor de schildklier is dat niet vastgesteld src:2445.
- De Europese regel: een stof met zulke eigenschappen mag volgens punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening 1107/2009 alleen worden gebruikt in gesloten systemen of in omstandigheden die contact met mensen uitsluiten src:2381.
- De rechter, 11 augustus 2026: het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat het Ctgb Pitcher niet had mogen toelaten. Het Ctgb had erkend dat fludioxonil hormoonontregelend is, maar de toets op verwaarloosbare blootstelling niet gedaan. Op de zitting erkende het Ctgb dat Pitcher die toets niet doorstaat. Ook de effecten op andere organismen dan de doelsoort waren niet beoordeeld src:2443. In een parallelle zaak over het middel Dagonis kreeg PAN geen gelijk src:2444.
- Het Ctgb, 28 oktober 2026: Pitcher wordt niet langer toegelaten, met een overgangstermijn tot mei 2027 src:2446. Een woordvoerder zegt dat het middel met de kennis van nu niet zou zijn toegelaten, en dat het zelden gebeurt dat een toelating na herbeoordeling wordt ingetrokken src:2442.
PAN maakte al in oktober 2019 bezwaar tegen de toelating src:2446. Van bezwaar tot verbod verliep dus ruim zeven jaar.
En de andere middelen met fludioxonil?
Volgens PAN worden in Nederland nog 23 andere middelen met fludioxonil gebruikt, samen ongeveer 21.000 kilo werkzame stof per jaar, onder meer bij het dompelen van bloembollen src:2442. De NVWA nam in 2024 2.226 monsters bij Nederlandse levensmiddelenbedrijven src:2447; volgens PAN en de NOS zat fludioxonil op meer dan 300 daarvan src:2442. Dat aantal heeft Burgerplatform niet zelf in de NVWA-gegevens nageteld.
Het Ctgb zegt dat de procedure alleen over Pitcher ging en dat het bestudeert wat de uitspraak betekent voor andere producten src:2442. Een besluit over de andere middelen is niet bekend. De vraag ligt daarmee open: als de rechter de redenering voor Pitcher heeft afgewezen, waarom blijven vergelijkbare middelen met dezelfde stof voorlopig toegelaten, en wie neemt het initiatief om dat te toetsen? Burgerplatform pleit voor het omkeren van de bewijslast bij toelating (zie pol:123 en ana:40).
Woordkeuze: gewasbescherming en toelating
Wet en toezichthouder spreken van gewasbeschermingsmiddelen. Tot 2007 heette de toezichthouder nog College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen; de huidige naam kwam met de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, die de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 verving src:2453. Gewasbescherming benoemt het doel, bestrijdingsmiddel of landbouwgif de werking. Het Ctgb beschrijft zijn eigen taak als beoordelen of een middel bij juist gebruik veilig en werkzaam is, en op grond daarvan besluiten over toelating src:2452. In de naam staat alleen de uitkomst: toelating. Volgens de uitgever beschrijft Dirk de Bekker in Het pesticidenparadijs hoe de wereld achter bestrijdingsmiddelen onze denkbeelden over landbouw en pesticiden beïnvloedt src:2454. In een video zegt hij dat over woordkeuze als gewasbescherming in plaats van landbouwgif expliciet wordt nagedacht. Of die woordkeuze bewust is gekozen om de discussie te sturen, is een visie en geen vastgesteld feit. Wel staat in de naam van de toezichthouder het toelaten centraal, niet het beoordelen.
Wie betaalt het Ctgb?
Het Ctgb is een tariefgestuurd zelfstandig bestuursorgaan. Aanvragers betalen kostendekkende tarieven voor de behandeling en beoordeling van hun aanvraag; die tarieven hangen niet af van de uitkomst. Toelatinghouders betalen daarna jaarlijks een vergoeding per toegelaten middel, volgens het Ctgb het basisinkomen van de organisatie src:2451. In 2026 is het uurtarief 202 euro en de jaarvergoeding 2.210 euro per gewasbeschermingsmiddel src:2449. Die vergoeding steeg van 1.575 euro in 2022, onder meer omdat het aantal toegelaten middelen daalt; het Ctgb schrijft zelf dat dit zijn grenzen kent src:2450. In 2025 had het Ctgb een netto-omzet van 24,2 miljoen euro, waarvan 5,1 miljoen, ongeveer 21 procent, voor werk in opdracht van ministeries src:2448. De rest komt grotendeels van aanvragers en toelatinghouders.
Dat het Ctgb daardoor milder beoordeelt, is niet aangetoond. Wel roept de constructie een feitelijke vraag op over onafhankelijkheid: als het basisinkomen afhangt van het aantal toegelaten middelen, en minder toelatingen tot hogere tarieven leiden, hoe borgt de overheid dan dat die financiële afhankelijkheid geen rol speelt bij besluiten? Burgerplatform stelt een giftigheidsheffing en kostenverhaal bij producenten voor (zie pol:146).
De Kamer
Op 10 juni 2026 sprak de Kamercommissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur met Dirk de Bekker en deskundige Thomas Kern over zijn boek src:2455. Een openbaar verslag van dat gesprek is niet gevonden. Een dag later volgde het notaoverleg Gewasbeschermingsmiddelen met staatssecretaris Erkens, met brieven van zijn voorganger minister Wiersma over het verbeteren van het toelatingsbeleid en de Ctgb-appreciatie van een glyfosaatstudie op de agenda src:2456. De minister van LVVN is ministerieel verantwoordelijk voor het Ctgb src:2452.
Verantwoording: het aantal van meer dan 300 producten met fludioxonil en het aantal van 23 andere middelen komen van PAN, een belanghebbende organisatie, via de NOS. De opvattingen uit Het pesticidenparadijs zijn die van de auteur. Aanleiding voor dit artikel was een video van de auteur op Instagram.