Analyse dossier

Netbelasting en maatschappelijke kosten: warmtenet vs all-electric

Welke warmteroute belast het elektriciteitsnet het minst en is maatschappelijk het goedkoopst: MT-warmtenet (geothermie/restwarmte) of all-electric warmtepompen, eventueel met slim laden, batterijen en V2G? Aanleiding: LinkedIn-post N. Janssen (claims: nauwelijks verschil netbelasting; EV grootste netbelaster; zomer beter door minder airco; geothermie vraagt ook stroom). Post is geen citeerbare bron.

Grondoorzaak

Winterpiek van all-electric WP (lage COP bij kou, elektrisch element) landt op het dure LS-net; EV-laden valt samen met avondpiek. Warmtenet-elektriciteit landt op MS-net en is kleiner, maar warmtenetten stagneren (15k vs 80k aansluitingen/jr nodig). Flex (slim laden, batterij, V2G) kan pieken afvlakken, maar congestieprijs/LS-congestiemanagement ontbreken en marktgestuurde batterijen verhogen nu de piek.

Sociale schade
7 /10
Complexiteit
8 /10
Escalatierisico
7 /10

Bedragen per jaar

Bandbreedte: we maken onzekerheid zichtbaar. Je ziet steeds de laagste en de hoogste onderbouwde schatting. De balk toont die bandbreedte; het streepje is de middenwaarde, als die bekend is. Klik op een bedrag om te zien waar het vandaan komt.

Schade huidig beleidper jaar
€ 27 – 88 mln schade per jaarmiddenwaarde € 71 mlnGrondslag: referentie-effecten
Brede welvaartseffectenpakket, netto per jaar na overlapcorrectie
€ 141 – 387 mln welvaartswinst per jaarmiddenwaarde € 266 mlnbruto, vóór overlapcorrectie: middenwaarde € 331 mln

Rampscenario: schade bij één gebeurtenis

Dit is geen bedrag per jaar en geen verwachte waarde, maar de geschatte schade als het scenario zich één keer voordoet. Vergelijk het daarom niet met de jaarbedragen hierboven.

Schade bij één gebeurteniseenmalig, geen jaarbedrag
€ 148 – 725 mln per gebeurtenis

Omvang geldstroom (indicatief)

Geen MKBA-uitkomst. Dit is de grootte van de geldstroom waar deze analyse over gaat, niet de schade of het welvaartseffect.

Geldstroomindicatief
€ 950 mln – € 1,1 mld
Video / media

Analyse

Factcheck (sources 224-234). C1 nauwelijks verschil netbelasting: NIET voor piek/LS. All-electric 1,6-2,5 kW/weq extra gelijktijdig (dp 280) vs MT/HT-warmtenet ~0,1 kW/weq op MS (dp 281); geothermie+booster-WP 0,25-0,65 (dp 282); PBL SA2025: S2 geen LS-verzwaring. DEELS waar: jaarverbruik elektriciteit vergelijkbaar (CE/EBN), HT-net met WP ongunstig kan richting hybride/bodem-WP, en door EV/PV moet LS in buurten toch verzwaard worden (Stedin; dp 285: HT-net +30-55% trafo's vs WP +85-115%). C2 EV grootste netbelaster: DEELS. Per woning EV 6-11 kW > WP (dp 287); wijkpiek in all-electric wijken door WP, in hybride/warmtenetwijken door EV (source 226). Verschuifbaar: slim laden -35-49% avondpiek (dp 289); HOLON woonwijk 3,4->1,5 kW/woning (dp 290, niet peer-reviewed). C3 zomer/airco: DEELS, kwalitatief (CE/EBN: MT-net kan niet koelen, airco extra netimpact); niet gekwantificeerd. C4 geothermie vraagt stroom: KLOPT (pompen COP 16-24, booster-WP, circulatie; dp 283), maar piek blijft lager dan all-electric. Kosten: in warmtenet-kansrijke buurten (1,2-2,5 mln aansl., dp 293) is all-electric/hybride 124-160 mln/jr duurder (budgetitem 80; netdeel 35-38 mln, bi 76). Hypothese all-electric+batterij+beperkte kabel goedkoper: NIET AANGETOOND. HOLON: flex ~10x goedkoper dan verzwaring, maar warmtenetten buiten scope, alle flex doet mee, congestieprijs bestaat niet. Batterij 15 EUR/kWh/jr (bi 79) -> ~150 EUR/kW/jr bij 10-uurs piek vs LS 99-243 EUR/kW/jr (bi 77): ordegrootte gelijk, niet 10x. Marktgestuurde batterijen verhogen nu LS-piek (dp 294). Meerdaagse koudegolf niet door batterijen gedekt (dp 288). V2G: 1-2 kW/huishouden avondpiek potentieel (dp 291), Utrecht ~2 MW/350 auto's (dp 292). Geen bron vergelijkt direct all-electric+flex vs MT-warmtenet per buurt: gap (Actions 130-132; routekeuze Action 133). Belemmeringen V2G (sources 235-242, 257-261; dp 295-302, 304-314). Techniek: V2G werkt alleen in vaste auto-laadpaalcombinaties (dp 295; NL: Renault/WDS AC-V2G, dp 299); AFIR verplicht ISO 15118-20 pas per 2027 en alleen aan laadpaalzijde (dp 296); OCPP 2.1/OCPI/OpenADR/EEBus niet verplicht of geharmoniseerd (dp 297); protocolsteun of internet lost semantiek/implementatie niet op (dp 300); netcode RfG 2.0 nationaal ~2029, V2G-ready voertuigeisen ~2030 (dp 298, 302); cyberrisico massale aansturing, Cbw per 15-8-2026, CRA 2027 (dp 301). Economie/regels: dubbele EB zonder werkbare oplossing achter hoofdaansluiting, zichtbaar na einde saldering 1-1-2027 (dp 305); dubbel nettarief, ToU-tarief pas 2029 (dp 304); geen congestiemanagementproduct voor kleinverbruik (dp 306); accugarantie in km/jaren, OEM's terughoudend (dp 307). Rolverdeling: netbeheerder mag opslag alleen via ontheffing/tender (RL 2019/944 art. 36, Energiewet 3.33) en moet flex marktgebaseerd inkopen (dp 308); EBN-taak dekt elektriciteitsflex niet (dp 312). Politiek: splitsingswet 2006 breed; amendement ruimte netbeheerder 85-65 (2024); motie regeling dubbele EB verworpen 74-76, verkenning 150-0; bidi-standaard 113-37 (dp 309-311). Potentieel: 3,7 MW per 1.000 deelauto's (dp 313), 4,5-9,5 GW in 2050 (dp 314). Euro-effecten wegnemen belemmeringen niet onderbouwd (Action 134). CONCEPT-opties: policies 150-153; keuze politician (Action 135, vervolg 133). --- Update 6-10-2026: MKBA all-electric versus warmtenet (scientist; rekenmodel /workspace/warmte/calc_warmte.py, uitkomst result.json) --- Vraag: zijn nieuwe warmtenetten nog verstandig, of is all-electric (individuele warmtepomp + netverzwaring) beter? Getoetst zonder voorkeur. Hoofdbron CE Delft Basisrun/Startanalyse 2024 (sources 225, 1009); netbeheerders Liander, Enexis, Stedin (1020-1022); bronmix CBS en RVO (1011, 1012); ketenemissies (1010, 1024); Wcw en ontwerp-Bcw (1014, 1015); WIS (1016); Algemene Rekenkamer (1017); Greenvis/TNO (1018); Ecorys/NBNL en Berenschot (1019); Vattenfall-etiket (1023); Trinomics (1025). Disconto 2,8% tot jaar 35, daarna 1,8% (source 33): annuiteit 40 jaar = 0,0418. Netverzwaring 1.047 EUR/kW (CE Delft, bi 77; hoog 2.993 HOLON) = 44 (125) EUR/kW/jr. CO2-prijs 50/130/160 EUR/t (source 33). Banen tellen niet als baat. 1. Basis. In 1,3 mln kansrijke woningequivalenten (weq) is een warmtenet op een robuuste bron 95-123 EUR/weq/jr goedkoper dan all-electric/hybride (CE Delft: 124-160 mln/jr, bi 80; nationale meerkosten t.o.v. gasketel 950 mln/jr warmtenet tegen ca. 1,1 mld/jr all-electric). Berenschot (Den Haag): 49-292 EUR/weq/jr (dp 931). Ecorys/Vesta MAIS: 'geen nieuwe warmtenetten' kost nationaal +1,2 mld/jr, waarvan netverzwaring maar 104 mln (dp 930). Bottom-up controle: all-electric 1.783-2.063 tegen warmtenet 1.204-1.667 EUR/weq/jr (dp 929, 932). 2. Bron-CO2 eerlijk geteld (biomassa niet op nul: 109,6 kg/GJ brandstof plus keten). Robuust net (restwarmte/geothermie/collectieve WP + 20% gaspiek) 15,5 kg/GJ; gemiddelde mix 2030 35 (officieel 14,6); mix 2022 58 (officieel 31); biomassanet Lelystad 226 (etiket 20); all-electric 6 (stroom 0,07 kg/kWh) tot 23 (gridmix 2025, 0,268); hr-ketel 63 kg/GJ (dp 920-923, 936). Breakeven: boven ca. 51-62 kg/GJ (130 EUR/t) verliest een warmtenet zijn kostenvoordeel (dp 935; 109-136 bij 50 EUR/t, 45-53 bij 160 EUR/t). 3. Saldo warmtenet min all-electric (2,5 kW per WP-woning, 130 EUR/t): robuust +95 tot +123; mix 2030 +43 tot +71; mix 2022 -18 tot +9; biomassanet -434 tot -462 EUR/weq/jr (dp 933). Contante waarde (40 jaar) per 1.000 woningen: robuust +2,3 tot +2,9 mln EUR; biomassanet -10,4 tot -11,1 mln EUR. Extra CO2 nationaal (1,3 mln weq) t.o.v. robuust: mix 2030 0,52 Mt (26/68/84 mln/jr), mix 2022 1,14 Mt (57/148/182), biomassanetten 5,6 Mt (279/725/892). 4. Gevoeligheid netbeheerder (bepalend). Dezelfde oude 2-onder-1-kap telt bij Enexis 2,7 kW, Stedin 2,9 kW, Liander 5,5-7,9 kW (dp 914-918). Netkosten per WP-woning 66-346 EUR/jr (HOLON-kosten 188-988). Dat verschuift het voordeel van het warmtenet met -44 tot +236 EUR/weq/jr; nationaal -57 tot +307 mln/jr (met HOLON-kosten -163 tot +878) (dp 934). Dit is groter dan het basisverschil. Een robuust net verliest zijn voordeel pas als all-electric per woning minder dan 0,3 kW (CE Delft) tot 1,4 kW (Berenschot, label B+) netpiek vraagt (bij netkosten 1.047 EUR/kW). Slimme sturing en collectieve buffer (-30 tot -55% piek) besparen 20-36 EUR/woning/jr bij Stedin/Enexis-aannames en 104-190 EUR/jr bij Liander (dp 937). Batterij ca. 30 EUR/kW/jr bij 2-uurspiek tot 150 bij 10-uurspiek (bi 79). Een meerdaagse koudegolf dekken batterijen en V2G niet (dp 288). 5. Isolatie eerst en hybride. Gaan woningen eerst naar label B+, dan blijft maar 49 EUR/weq/jr voordeel over (Berenschot), binnen de onzekerheid. De hybride WP is de goedkoopste instap (7.264 EUR/weq, dp 932) en verlaagt de netpiek, maar vraagt gas; groen gas is schaars (groengaspakket 235-240). 6. Wcw/Warmtewet. Het tarief volgt de gasprijs (40,97 EUR/GJ + 827,91 EUR/jr, dp 925) en verbergt dure en fossiele netten. Wcw art. 13.18 zondert bestaande warmtebedrijven uit van de uitsluiting van houtige biomassa (dp 927). Ontwerp-Bcw: 25 kg/GJ vanaf 2030, rekenregel biogene CO2 nog open (dp 928). WIS: 30% subsidie, max 7.000 + 4.000 EUR per aansluiting, 200 mln in 2025 (dp 926), zonder harde eis aan de werkelijke bron-CO2. Conclusie. Een algemeen verbod op nieuwe warmtenetten is niet onderbouwd en kost geld (+124 mln tot +1,2 mld/jr). Wel terecht (stop eerst): geen nieuwe of uitgebreide netten op biomassa- of gasbasislast en geen publieke steun daarvoor. All-electric wint in minder dichte buurten, bij goed isoleerbare woningen (B+), bij een bron boven ca. 55 kg CO2/GJ (alle biomassanetten, veel bestaande netten) en als netbeheerders met gemeten pieken rekenen. Een warmtenet wint in dichte, slecht isoleerbare buurten met een robuuste bron en >=70% aansluiting. Perverse prikkels die de markt verstoren: biomassa als nul tellen (Wcw-maas, etiket, Bcw-rekenregel), gasprijskoppeling in het tarief, subsidie zonder bron-eis, warmtenet als standaard zonder MKBA, en een conservatieve netimpact-ontwerpwaarde die all-electric duur laat lijken. Policies (CONCEPT): 263 referentie (IsReference); stops 264 (biomassa-maas Wcw dicht, eerlijke CO2), 265 (gasprijskoppeling tarief weg), 266 (geen publieke steun voor biomassa-/fossiele netten), 267 (geen warmtenet-standaard zonder openbare MKBA), 268 (meetgebaseerde netimpact-rekenregel); bron 269 (isolatie eerst, slimme/hybride WP, collectieve buffer incl. V2G-deelauto's), 270 (robuuste publieke/cooperatieve warmtenetten); reparatie 271 (omschakelplan bestaande netten). Effecten pe 194-212; relaties 65-78 (naar 252/253 biomassa analyse 67; 260/261 netcongestie analyse 46; 150; 236; 238). Datapoints 914-918, 920-937; kengetallen 30, 31, 32, 34. PM: tariefherverdeling (265); WIS-aandeel naar fossiele/biomassanetten (266); omschakelkosten per net (264, 271); kosten V2G-buffer (269); aandeel woningen gepland met Liander-aanname (268); kosten MKBA per gemeente (267); of de Bcw-rekenregel biomassa op nul zet; bronmix per individueel net (beperkt openbaar). Betrouwbaarheid: klasse 3. Basisvoordeel en netbeheerdercijfers komen uit officiele rapporten; eerlijke CO2 en saldo zijn eigen berekening op die bronnen; netbeheerder-aanname en bronmix per net zijn de grootste onzekerheden. --- Update 7-10-2026: restwarmte (scientist; rekenmodel /workspace/warmte/calc_restwarmte.py, uitkomst result_restwarmte.json) --- Vraag (Harmen): hoeveel CO2 zit er in restwarmte, waar komt die warmte vandaan, en hoe robuust is die bron op een Parijs-pad? Nieuwe bronnen 1034-1046 (1023 aangevuld); datapoints 958-960, 963-968, 971-979; kengetallen 35 (bronrisico Parijs-pad) en 36 (CO2 afvalwarmte per methode). Disconto 2,8% tot jaar 35, daarna 1,8%; CO2 50/130/160 EUR/t. 1. Hoe restwarmte nu wordt toegerekend. Conceptregeling cw: restwarmte zonder warmtepomp telt volledig als hernieuwbaar (art. 2.28 lid 3); 10% piek/back-up telt als uitstootvrij (art. 2.17 lid 6) (dp 958). Warmte uit afvalverbranding (AVI) en gascentrales (STEG-aftap) krijgt alleen de 'gemiste elektriciteit': AVI 9,2 kg CO2/GJ, gas 13 (2020), 5 (2030), 3 (2050) (TNO/Warmtewet, dp 959). Andere methodes: exergie (warmte krijgt 18-28% van de uitstoot) geeft AVI 24-33 en gas 16-24 kg/GJ; naar rato van energie AVI 72 en gas 67 kg/GJ; gemeten zonder turbine (AVR 2025) 38,8 (dp 964-965, kengetal 36). Restwarmte van raffinaderij of chemie telt in Bcw en etiket als 0. Afval: 0,959 t CO2 per ton, 66,4% biogeen, dus 0,322 t fossiel (34%, niet 50%); 6,4 Mt verbrand in 2024 = 2,1 Mt fossiel CO2 (dp 960, 963). 2. Werkelijke bronmix grote netten 2025 (dp 966-968, 971-976): - Rotterdam (Eneco): 81% AVR-afvalwarmte (3,0 PJ), 10% RoCa-gascentrale, 6% gasketels; 55,9 kg/GJ officieel. - Rotterdam (Vattenfall/WBR): 75% AVR, 22% Shell Pernis-raffinaderij (16.000 huishoudens); 44,7 kg/GJ. - Den Haag (Eneco): 57% Uniper STEG-aftap, 26% Uniper 'HT restwarmte' (op 0,1 kg/GJ), 12% gasketels, 5% geothermie; 19,6 kg/GJ, maar ca. 95% gasgestookt. - Utrecht-Nieuwegein (Eneco): 38% STEG, 38% biomassa (telt 0), 17% gasketels, 7% RWZI; 23,2 kg/GJ. - Amsterdam N/W (Westpoort Warmte, 50% gemeente/50% Vattenfall): 62% AEB-afval, 37% biomassa BEC; 9,6 kg/GJ. - Amsterdam Z/O 82% en Almere 88% gascentrale (22-26 kg/GJ); Arnhem/Duiven 94% en Nijmegen 93% AVI (15-21 kg/GJ); Leiden 100% gas (42 kg/GJ). - Nieuw: WarmtelinQ (Gasunie, 250 MWth, 120.000 weq, havenrestwarmte; kosten 644 mln -> meer dan 1 mld, subsidie tot 549,5 mln plus verzoek ca. 0,5 mld); Tata IJmond (ca. 10.000 woningen, opgeschort); Chemelot/WZL (ca. 4.000 aansluitingen, bron alleen niet genoeg, besluit 2027); datacenter Middenmeer (5.000 woningen, 2029). Conclusie: het grootste deel van de 'restwarmte' in de grote netten komt uit afvalverbranding en gascentrales, en voor nieuwe netten uit raffinage en fossiele chemie. 3. Parijs-pad en bronrisico. Aanname: fossiele bronnen (raffinage, gascentrales, fossiele chemie, Tata in huidige vorm) zijn uiterlijk 2040-2050 weg; afvalverbranding krimpt 50-100% in jaar 20-25. Dan heeft het net na 15-25 jaar een nieuwe basislastbron nodig (0,76 kW/weq). Vervanging per weq/jr: lucht-WP 444, aquathermie/TEO-WP 381, geothermie 139 (industrie, geen oude productiekosten); AVI 334/271/29; STEG 244/181/-61 (CE Delft-kosten, source 1009). Omgerekend naar een gelijke annuiteit over 40 jaar: 36-218 EUR/weq/jr, centraal 140 (kengetal 35, dp 978). Stranded assets: de boekwaarde van de bronaansluiting bij uitval (jaar 15: 157, jaar 25: 71 EUR/weq contant voor industrie) zit al in de 40-jaars annuiteit van CE Delft; gemeld, niet dubbel geteld. 4. Nieuw saldo warmtenet min all-electric per subtype (EUR/weq/jr, 130 EUR/t, centraal; dp 979): geothermie +109 (87 tot 123); aquathermie/collectieve WP +100 (50 tot 113); datacenterwarmte +94 (bronrisico klein: de centrale WP blijft; PM); industriele restwarmte als de bron blijft +109, maar fossiele industriele restwarmte op Parijs-pad (bron weg na 15-25 jaar) -31 (-138 tot +87), na 10-20 jaar -79; AVI met Bcw-telling +89, met exergie +53, naar rato -67, Bcw plus afvalkrimp +27, exergie plus afvalkrimp -1; gascentrale-aftap Bcw +79, exergie plus Parijs-pad +16, naar rato plus Parijs-pad -64. Contant per 1.000 woningen: geothermie +2,1 tot +2,9 mln; fossiele industriele restwarmte op Parijs-pad -3,3 tot +2,1 mln. 5. Kantelpunt. Zonder bronrisico blijft het kantelpunt 51-62 kg CO2/GJ geleverd (centraal 57). Met Parijs-risico zakt het naar ca. 32-36 kg/GJ voor AVI- en gascentralenetten en naar ca. 4 kg/GJ voor fossiele industriele restwarmte: lager dan de eigen uitstoot van een net met gaspiek (15,5), dus zo'n net verliest altijd van all-electric, tenzij geothermie als vervanger beschikbaar is. 6. Fossiele lock-in (conclusie). De huidige rekenregels noemen warmte uit gascentrales, afvalverbranding en raffinaderijen groen of bijna CO2-vrij. Daardoor lijkt een net op zo'n bron robuust, krijgt het subsidie (WarmtelinQ) en houdt het de fossiele bron langer in bedrijf, omdat de bron nu ook warmte verkoopt. Op een Parijs-pad valt die bron binnen 15-25 jaar weg en betalen bewoners of de overheid daarna een tweede bron. Eerlijk gerekend wint een warmtenet alleen op een Parijs-proof bron: geothermie, aquathermie/collectieve WP, of datacenterwarmte met eigen duurzame stroom. Fossiele industriele restwarmte verliest centraal (-31 tot -79 EUR/weq/jr), AVI-warmte zit met exergie en afvalkrimp rond nul en gascentrale-aftap blijft alleen bij Bcw-telling duidelijk positief. Policies. Nieuw: 275 stop (fossiele restwarmte en afvalwarmte niet als duurzaam tellen; exergie-toerekening, geen 10% uitstootvrije piek, Parijs-vervangingsplan in Wcw, etiket en tarief); effecten pe 217 (E30), 218 (E33), 219 (E31), alle PM met cijfers in de toelichting (WarmtelinQ-schaal 4-26 mln/jr, contant 0,1-0,6 mld; geboekte AVI-CO2 0,23-0,38 Mt/jr hoger). Relaties 86 (275 vervangt 263), 87 (275 versterkt 264), 88 (275 in pakket 266), 89 (271 overlapt 275), 90 (275 versterkt 267), 91 (242 versterkt 270: datacenterwarmte alleen robuust met eigen duurzame opwek), 92 (270 versterkt 215). Aangescherpt: 263 (restwarmteregels en voorbeeld Den Haag), 266 (ook fossiele restwarmte zonder Parijs-plan geen steun; WarmtelinQ), 267 (punt 5: exergie en bronrisico in de MKBA), 270 (robuust = Parijs-proof, saldo per subtype), 271 (omschakelplan ook voor AVI en fossiele restwarmte, uiterlijk 2040); pe 209 toelichting. 252/253 niet gewijzigd: het biogene deel van afval is geen houtige biomassa; BEC-biomassa valt al onder 264/253. Geen dubbeltelling: CO2 van omschakeling telt bij 271; 275 en 264 dekken verschillende bronnen. Bedragvelden van de analyse blijven gelijk: de nationale waarde van 270 geldt voor Parijs-proof bronnen en 275 is PM. PM: aandeel van de 1,3 mln kansrijke weq dat op fossiele of AVI-bronnen zou komen; aantal nieuwe weq op fossiele restwarmte; stroomprijs voor grote flexibele afnemers (collectieve WP); stranded deel van de WarmtelinQ-leiding; bronkosten datacenterwarmte; Eemshaven (geen data); CCS bij AVI's (zou de AVI-CO2 verlagen); exacte MW en eigenaar per bron waar niet openbaar. Betrouwbaarheid: klasse 3. Bronmix uit warmte-etiketten 2025 (officieel); toerekening uit TNO; bronrisico en saldo per subtype zijn eigen berekening op CE Delft-kosten, met brede bandbreedte door het tijdstip van uitval en de vervangende bron.

Herkomst van de bedragen

Schade huidig beleid

Som van de referentie-effecten (huidig beleid) hieronder. Placeholders zonder bedrag tellen niet mee.

Brede welvaartseffecten

Som van de welvaartssaldi van de maatregelen in het pakket, na uitsluiting en overlapcorrectie. De bedragen per maatregel zijn vóór correctie.

Bronnen van deze analyse

Voor het rampscenario en de omvang van de geldstroom is nog geen bron per bedrag vastgelegd. Hieronder staan de bronnen en datapunten van de hele analyse.

Bronnen

Datapunten