Analyse dossier

Uitstoot buiten de boeken: wat de Nederlandse klimaatboekhouding niet meetelt

De officiele Nederlandse broeikasgasuitstoot was 144,4 Mt CO2-eq in 2024 (NID 2026, inclusief LULUCF). Door boekhoudregels blijft een deel van de uitstoot die met Nederlandse activiteiten samenhangt buiten dat totaal of buiten de klimaatdoelen. Deze analyse brengt per post in beeld hoeveel dat is (Mt CO2-eq per jaar, meest recente jaar, met bandbreedte) en maakt onderscheid tussen vier categorieen: (A) ontbreekt echt in de nationale inventaris; (B) staat in de inventaris als memo-post of telt niet mee voor de doelen; (C) staat in de inventaris en telt mee, maar de toerekening of de prikkel is het probleem; (D) dubbeltelling of lock-in, geen extra uitstoot. Kern (midden, 2023/2024): B ongeveer 65 Mt (internationale lucht- en scheepvaart 46,9 Mt; biogene CO2 uit biomassa 18,2 Mt), dat is ongeveer 45% bovenop het nationale totaal. A ongeveer 35 Mt (netto importemissies van consumptie 33-35 Mt; militaire brandstof buiten Nederland circa 0,15 Mt). C 0,1-1,1 Mt (mestbonus groen gas en lock-in van de veestapel). D 0,1-1,7 Mt (toerekening van restwarmte, aftapwarmte en afvalwarmte). De categorieen mogen niet bij elkaar worden opgeteld; er is overlap (zie FullAnalysisText).

Grondoorzaak

Boekhoudregels, geen ontbrekende metingen: (1) IPCC/UNFCCC: CO2 uit verbranding van biomassa is een memo-post en wordt geacht in LULUCF van het oogstland te worden geboekt; ETS en RED rekenen duurzame biomassa op nul. (2) Internationale lucht- en scheepvaart: memo-post op basis van in Nederland verkochte brandstof, buiten het nationale totaal en buiten het doel van de Klimaatwet; alleen deels onder emissiehandel (zeescheepvaart sinds 2024 gefaseerd, luchtvaart alleen vluchten binnen de EER). (3) Territoriaal principe: uitstoot elders voor Nederlandse consumptie telt niet; omgekeerd telt uitstoot voor export wel mee. (4) Militaire uitstoot: alleen brandstof die in Nederland voor militaire doelen wordt geleverd (1.A.5); missies in het buitenland en de keten (materieel, munitie) niet. (5) RED: mest als reststroom (nulallocatie) plus mestbonus voor vermeden opslagmethaan maakt groen gas uit mest boekhoudkundig negatief; dezelfde vermeden methaan kan ook als reductie in de landbouwsector verschijnen, en de prikkel per m3 beloont het op peil houden van de mestproductie. (6) Warmte: de concept-Regeling collectieve warmte telt restwarmte zonder warmtepomp als 100% hernieuwbaar en de aftapmethode rekent afval- en gascentralewarmte op 9-13 kg CO2/GJ; de bronemissie staat volledig bij industrie of elektriciteit (ETS), maar niet op het warmte-etiket. (7) Metriekkeuze: GWP100 bepaalt het gewicht van methaan (GWP20 zou het circa drie keer zwaarder wegen, GWP* bij stabiele veestapel lichter).

Sociale schade
6 /10
Complexiteit
7 /10
Escalatierisico
5 /10

Bedragen per jaar

Bandbreedte: we maken onzekerheid zichtbaar. Je ziet steeds de laagste en de hoogste onderbouwde schatting. De balk toont die bandbreedte; het streepje is de middenwaarde, als die bekend is. Klik op een bedrag om te zien waar het vandaan komt.

Schade huidig beleidper jaar
nog niet becijferd
Brede welvaartseffectenpakket, netto per jaar na overlapcorrectie
nog niet becijferd
Video / media

Analyse

## Uitstoot buiten de boeken: wat de Nederlandse klimaatboekhouding niet meetelt **Vraag.** Hoeveel broeikasgasuitstoot valt door boekhoudregels buiten de officiรซle Nederlandse inventaris (NIR/NID 2026: 144,4 Mt CO2-eq in 2024 incl. LULUCF) of buiten de klimaatdoelen? Per post Mt CO2-eq/jr voor het meest recente jaar, met bandbreedte, methode en bron. **Categorieรซn.** - **A**: niet in de Nederlandse inventaris (valt in andere landen of nergens). - **B**: wel gerapporteerd als memo-post, maar buiten het nationale totaal en de doelen. - **C**: telt in de inventaris; de toerekening of prikkel via een ander regime (RED, bijmengverplichting) is het punt. - **D**: telt in de inventaris; de toerekening op een product-etiket (warmte) is het punt. - **0**: telt mee (ter vergelijking). ### Tabel per post (Mt CO2-eq/jr) | Post | Laag | Midden | Hoog | Jaar | Cat. | Methode / bron | Datapoint | |---|---|---|---|---|---|---|---| | 1. Biogene CO2 bio-energie | 17,1 | 18,2 | 19,0 | 2024 | B | PBL 2025 tabel 1 (187 PJ); laag zonder bio in bunkers, hoog CBS 2023 | 1066 | | 1a. waarvan afvalverbranding biogeen | 4,2 | 4,2 | 4,2 | 2024 | B (deel) | NID 2026 tabel 3.9 | 1083 | | 1b. waarvan houtige biomassa / houtkachels | 7,8 / 1,8 | | 8,9 | 2023 | B (deel) | CBS maatwerk; houtkachels huishoudens ca. 1,8 | 819 | | 2a. Mestbonus RED (credit) | 0,07 | 0,15 | 0,34 | 2024 | C | 46 g/MJ x 5,7-7,5 PJ x mestaandeel 25-100%; onder nul geboekt 0,06-0,30 | 1084 | | 2a'. Coalitieaanbod 600 mln m3 (2036) | | 0,97 | | prognose | C | 21 PJ; RED-reductie 2,0-2,25 Mt, waarvan bonus 0,97; claim coalitie 3,78 Mt | 1085 | | 2b. Lock-in veestapel (aanname) | 0 | 0,4 | 0,8 | | C | Aanname 0-10% van ca. 8 Mt melkvee; keten tot 1,4 | 1086 | | 3. Warmte: bronemissie niet op etiket | 0,1 | 0,9 | 1,7 | 2022-24 | D | Aftap vs naar rato/exergie; ca. 20 PJ geleverd, 27 PJ productie | 1087, 1088 | | 4a. Militair in NIR (1.A.5) | 0,20 | 0,20 | 0,20 | 2024 | 0 | NID 2026 | 1089 | | 4a'. Militair buitenland | 0,07 | 0,15 | 0,23 | 2020-24 | A | Defensie wereldwijd minus NIR; keten >=2 Mt indicatief, niet opgeteld | 1090 | | 4b. Bunkers luchtvaart | 10,0 | 10,5 | 10,5 | 2024 | B | NID 2026; laag = ingezetenen (CBS) | 1091 | | 4b'. Bunkers zeescheepvaart | 10,0 | 36,4 | 36,4 | 2024 | B | NID 2026; laag = ingezetenen (CBS); deels ETS sinds 2024 | 1092 | | 4c. Netto importemissies | 33,1 | 35,0 | 35,0 | 2023 | A | CBS voetafdruk min productie; GCB consumptie min territoriaal | 1093 | | 4d. LULUCF / veenweide | 3,7 | 3,7 | 3,7 | 2024 | 0 | NID 2026; telt mee in Klimaatwet-doel | 1094 | | Memo: niet-energetisch gebruik | | 29,6 | | 2024 | memo | PBL 2025; uitgestelde uitstoot, niet opgeteld | 1095 | | Gevoeligheid: methaan GWP20 | 18,3 | | 54,8 | 2024 | metriek | NID CH4 x 84/28; +36,5, niet opgeteld | 1096 | ### Subtotalen per categorie (laag / midden / hoog) - **A (niet in de Nederlandse inventaris): 33,2 / 35,2 / 35,2 Mt.** Vooral het importsaldo. - **B (memo, buiten totaal en doelen): 37,1 / 65,1 / 65,9 Mt.** Het midden is ca. 45% bovenop 144,4 Mt. - **C (toerekening/prikkel, staat in NIR): 0,07 / 0,55 / 1,14 Mt.** Geen extra uitstoot. - **D (warmte-etiket, staat in NIR/ETS): 0,1 / 0,9 / 1,7 Mt.** Geen extra uitstoot. Categorieรซn niet bij elkaar optellen (datapoint 1097). ### Overlap - **AVI:** het biogene deel van afvalverbranding (post 1) en de afvalwarmte (post 3) komen uit dezelfde installaties. - **CBS-voetafdruk:** het totaal van 218 Mt bevat biogene CO2 (19) en bunkers van ingezetenen (20). Gebruik voor post 4c alleen het saldo. - **Mestbonus:** dezelfde vermeden methaan kan zowel in de landbouw-NIR (lagere mestemissie) als in RED/bijmengverplichting (credit voor gas) verschijnen. - **Militair:** de militaire keten overlapt met de importemissies. ### Methoden per post 1. **Biogene CO2.** UNFCCC-memo-item. De uitstoot wordt geacht in LULUCF van het oogstland te worden geboekt; ETS en RED rekenen duurzame biomassa op nul. CH4 en N2O van houtkachels tellen wel mee. 2. **Mestvergisting.** - (a) De RED-mestbonus (CE Delft 2025: -40 g/MJ met en +6 g/MJ zonder bonus) is een toerekening van vermeden mestopslagmethaan aan het gas. De veehouderijemissies zelf (13,6 Mt) staan volledig in de NIR. - (b) Lock-in alleen als expliciete aanname. - (c) Coalitieaanbod 9-7-2026: 600 mln m3 = 21 PJ. De claim van 3,78 Mt veronderstelt 180 g/MJ besparing; volgens CE Delft-kentallen is dat 2,0-2,25 Mt, waarvan 0,97 Mt mestbonus. 3. **Restwarmte.** - De bronemissies staan volledig in de NIR/ETS. - De vraag is welk deel op het warmte-etiket komt: de aftapmethode geeft 13,4 kg/GJ (gas-STEG) en 9,2 kg/GJ (AVI); naar rato is dat 66,6 resp. 72 kg/GJ. De concept-Regeling collectieve warmte telt restwarmte als 100% hernieuwbaar (art. 2.28 lid 3). - Dubbeltelling (bron en warmte allebei als schoon geclaimd) is iets anders dan lock-in (langere levensduur van fossiele bronnen); lock-in is PM. 4. **Overige posten.** - Militair: NIR 1.A.5 telt in Nederland geleverde brandstof, ook aan buitenlandse krijgsmachten. Missies en buitenlands tanken vallen buiten de inventaris; rapportage is vrijwillig. - Bunkers: memo-post op verkoopbasis. Scheepvaart zit sinds 2024 in de ETS (40/70/100%), luchtvaart alleen binnen de EER. - Import: consumptie- vs productieperspectief. Export werkt de andere kant op: bijna tweederde van de bedrijfsuitstoot is voor export. - LULUCF: telt mee in het doel van -55%, met aparte EU-regels. ### Onzekerheden - De lock-in van de veestapel is een aanname zonder bron voor de omvang. - De bandbreedte voor bunkers gaat over toerekening (verkoop vs ingezetenen), niet over meetonzekerheid. - Het importsaldo is jaar- en modelgevoelig (GCB: 9,9 Mt in 2020, 33,1 Mt in 2023). - De militaire cijfers combineren verschillende jaren (2020/2021 vs 2024). - De warmtevolumes zijn gebaseerd op de mix van 2022. - Voor de mestbonus is het mestaandeel in co-vergisting onbekend (25-100%). ### Conclusie Naast de officiรซle 144 Mt staat ruim 65 Mt als memo-post buiten totaal en doelen (bunkers 47, biogeen 18). Werkelijk buiten de Nederlandse boeken valt vooral het importsaldo (ca. 33-35 Mt) plus ca. 0,15 Mt militaire brandstof in het buitenland. Bij groen gas uit mest en bij restwarmte ontbreekt geen uitstoot; daar bepalen boekhoudregels wie de reductie claimt en welke warmte als schoon geldt. Geen nieuwe policy: de bestaande concepten 253, 237/239, 254, 275 en 284 dekken de posten. Een eventuele transparantie-indicator (voetafdruk en memo-posten naast het doel) staat als suggestie in het rapport.